Artikels

VW polo slaat niet aan

VW polo slaat niet aan

VW polo slaat niet aan

13/5/2015

Onlangs krijgen we in ons diagnose atelier een Volkswagen Polo aangeboden die weigert aan te slaan. Het betreft een exemplaar van bouwjaar 2007, type 9N, en voorzien van een 51Kw sterke 1.4TDI pompverstuiver motor. De monteur zit met zijn handen in het haar want na het vervangen van enkele componenten, en enkele metingen weigert het kreng nog steeds om te starten. Een juiste diagnose lijkt niet onmiddellijk in zicht, en de monteur besluit dan maar om een beroep te doen op onze diensten.

 

Initiële klacht:
Wanneer zo een wagen ons atelier binnenkomt, proberen we zoveel mogelijk informatie te verzamelen met betrekking tot de klacht. Hoe is de wagen bij jullie binnengebracht? Wanneer is de storing voor het eerst opgetreden? Wat heb je al gemeten? Wat werd er reeds vervangen? Uit dit kort gesprek met de monteur kunnen we opmaken dat het voertuig met een takeldienst werd binnengebracht, en dat er een foutcode aanwezig was in het motormanagement die iets vertelde over het krukassignaal. Vervolgens liep de monteur er even de parameters op na, zag dat het toerentalsignaal niet binnenkwam, en besloot om een nieuwe krukassensor te monteren. Het vervolg van het verhaal is gekend, de wagen weigert nog steeds te starten, en wederom treft de monteur een foutcode op de krukassensor aan.

 

Stap voor stap:
Diagnose stellen is eigenlijk gewoon een stappenplan doorlopen, stap voor stap dingen uitsluiten om vervolgens verder te gaan met een volgende fase. Maar vooral, niets over het hoofd zien. In dat opzicht beginnen wij steeds weer helemaal opnieuw met onze diagnose wanneer we zo een storingswagen aangeleverd krijgen. En helemaal bovenaan ons stappenplan staat: lees het foutcode geheugen van het voertuig uit! In het motormanagement treffen we volgende foutcode aan: “P0322 – sensor motortoerental, geen signaal”. Na de foutcode volgt de meting aan de sensor. Onze scope wordt opgestart en aangesloten. In het geval van deze Polo hebben we te maken met een inductieve krukassensor. Meten doen we bij dit type onmiddellijk aan de sensor, in aangesloten toestand bij starttoerental, en over de bedrading. Als meetresultaat verwachten we een sinusvormig signaal. Maar ondanks dat de sensor reeds vervangen werd meten we niets, er wordt geen signaal gegenereerd. Een inductieve sensor is een producerende sensor, wat wil zeggen dat hij geen hulp van buitenaf nodig heeft om zijn signaal te kunnen genereren. M.a.w. een draadbreuk van de signaaldraad of een defect stuurapparaat hebben geen invloed, dit meetresultaat duidt wel degelijk op een defecte sensor.

 

Foute montage:
Bij demontage van de sensor stellen we echter vast dat deze scheef gemonteerd zit, en dat de neus van de sensor beschadigd is. We vervangen hem door nieuw exemplaar, wissen de foutcode, en starten de motor. Althans, we proberen de motor de starten. Tot onze verbazing heeft hij nu wel de intentie om aan te slaan, af en toe volgt er een injectie en verhoogt het toerental even, maar echt aanslaan doet hij niet! Opnieuw lezen we het foutcode geheugen van het motormanagement uit. Dit maal treffen we volgende foutcode aan: “P0321 – sensor motortoerental, onaannemelijk signaal” (afb. 1). Zelfde component, maar andere omschrijving dus. Als we de foutcode mogen geloven, wordt er ditmaal dus wel een signaal gegenereerd, maar strookt het niet met het verwachtingspatroon van het motor stuurapparaat. Klopt ook, want wanneer we een tweede maal onze scope aansluiten bij de krukassensor, meten we effectief een sinusvormige spanning.

Zoek de fout:
We stoppen onze meting en gaan over tot analyse van het meetresultaat (afb. 2). Al snel kunnen we vaststellen dat er net voor elke 1ste krukasmarkering een afwijking in het signaal zit, de amplitude wordt plots wel heel klein. Het bijzondere aan het krukassignaal van deze motor is dat er per krukasomwenteling niet één, maar drie markeringen zijn. Dit heeft alles te maken met het feit dat deze motor slechts drie cilinders heeft, en dat het motor stuurapparaat tijdens startfase al vanaf de eerste arbeidsslag juist wil injecteren. De afwijking in het signaal doet zich dus niet om de drie krukasomwentelingen voor, maar één keer per omwenteling. Het signaal laat weinig tot de verbeelding over, enkel een beschadigde tandkrans kan aan de oorzaak liggen. We demonteren het carter voor nadere inspectie. Bingo! Twee nokjes van de tandkrans werden door een slecht gemonteerde krukassensor beschadigd. Deze veroorzaken dus de afwijking in signaal (afb. 3). We maken onze diagnose over aan de monteur, en de wagen wordt terug opgehaald voor verdere herstelling.

 

Opmerkingen of vragen? Reageer hier...